100 IN DE GOUDEN KLOK.
maar hij kende zijn stukken wel, hij speelde door, en
buiten was de nacht, een hooge zilveren maan stond boven de boomen der oude tuinen, waar hun erf aan grensde, en het was of de heele wereld stil was geworden, of zij
tweeën er alleen waren, en die zingende stem van de viool.,.
Marix hoorde het niet, dat de deur zachtjes openging
en dat Vader en Moeder daar stonden, zwijgend, metNan-
nie .. . Eerst toen hij zijn stuk uit had, keek hij om .. .
Vader had vroeger ook viool gespeeld, maar hij zei den volgenden dag tegen Moeder; hij is nu al verder erop, dan ik ooit ben geweest!
Alles moest nu verteld worden en de viool was als een nieuwe huisgenoot. Alleen de poes was er bang voor, maar Vader zei dat dat misschien kwam omdat de snaren van kattedarmen gemaakt waren. Nannie trachtte de poes te troosten.
Dien avond trok Moeder haar jongen naar zich toe. ״Ik ben toch zoo blij dat je zoo flink hebt gewerkt op school, en ook dat je de viool in huis hebt gebracht,” zei ze zachtjes.
En Marix voelde zich ineens zoo sterk; het was of die paar eenvoudige woorden van zijn moeder kracht in hem gegoten hadden. Hij was óver-, overgelukkig, toen hij naar bed ging ...
En het scheen wel of met de viool iets blijdersf en lich-ters in hun leven was gekomen, of het niet meer zoo don-ker om hen heen was als eerst.
Er waren menschen, die gehoord hadden van Marix’ rapport, en hem nu vroegen hun kinderen bij te werken. Zoo kreeg hij lessen en dat was een heerlijk stukje vast inkomen. En Vader kreeg een nieuwe abonné, die wel