94 Gis teren komt nooit weerom...
roepen. Voor mijn vader en moeder en mijn zusjes en broertjes heb ik gezorgd. Die hoeven de eerste paar jaar geen honger te lijden en als het nodig is, kan ik altijd nog iets oversturen, maar ik ga weg.'
Hij ging naar Amerika.
Af en toe kwam Duplikaatje nog bij ons op bezoek om een brief voor te lezen, die ze van Jacob had ontvangen. Hij woonde in New York, maar hij dacht niet, dat hij daar lang zou blijven.
In 1948 stuurde Het Vrije Volk mij naar de Nederlandse Antillen, Suriname en naar Venezuela.
Ik zat in Caracas, de hoofdstad van Venezuela, in het café van 'Hotel Ambassador', toen een kwiek mannetje bij me kwam staan en in het Duits vroeg of hij mij een glas verkoeling mocht aanbieden.
'Jawohl, Sie sind wohl ein Deutscher...'
'Nee,' zei hij, 'ik ben eenTsjech... Bent u Duitser?'
'Hollander,' zei ik.
Dat had hij wel vermoed. Hij had in elk geval dadelijk gezien, dat ik beslist geen Zuid-Amerikaan was. Hoe hij dat had ontdekt? Oh, doodeenvoudig kunstje. Zuid-Ainerikanen laten minstens tweemaal per dag hun schoenen glimmend poetsen, en hun pantalon is nooit zonder vouw.
We hebben een halfuurtje samen gebabbeld over alles en nog wat. Toen moest ik naar een afspraak. Maar voordat ik vertrok, moest ik hem beloven, dat ik die avond, na het diner bij hem op visite zou komen. En ik moest het goedvinden, dat hij nog een paar vrienden nodigde.
Ik ging naar mijn afspraak en daarna naar' Ambassador' terug om een hapje te eten. Er lag een boodschap voor me op mijn hotelkamer. Of ik niet naar het afgesproken ad res wilde komen, maar naar een villa aan het randje van de stad. Buiten in de tuin geurden de exotische bloemen van het Venezolaanse hoge land. Binnen was het: Berlin im Jahre neunzehn-hundertachtundzwanzig.
Behangetjes vol met portretlijstjes. Op tafel stonden schotels met Lebkuchen en Kasekuche en in een hoek van het vertrek zaten een paar gasten om een tafeltje. Die waren alvast begonnen met hun partijtje Skat.
We hebben gepraat over de dagen van weleer, toen het bonte leven nog over de Kurfurstendarnm schoof en de Duitse joden in de waan leefden, dat ze joodse Duitsers waren geworden.