91 Gis teren komt nooit weerom...
bakjes moesten inkopen. Die kochten ze in alle mogelijke winkeltjes. Jacob had echter het plan de verkoop op de fabrieken in één hand te nemen. Hoe? Doodeenvoudig! Hij zelf zou met minder winst genoegen nemen, en de leerjongens en lopers zouden procenten krijgen; van hem!
Het enige wat hem ontbrak was geld. En kon meneer Schaap hem nu duizend gulden lenen... of lenen, was eigenlijk niet het goede woord. Meneer Schaap kon aandeel krijgen in de winst.
'Nee,' zei meneer Schaap resoluut, 'ik denk er niet over. Ik ben geen miljonair en de paar centen, die ik heb, zitten vast, daar kan ik niet aankomen. Het spijt me heel erg, jongen, maar van mij krijg je geen cent.'
Van de hele affaire zou niets gekomen zijn, als juffrouw Schaap niet bij dat gesprek tegenwoordig was geweest. Toen haar man zo kortaf zei, dat hij geen cent in die broodjes-met-vlees-winkel wilde steken, had ze gezegd: 'Hoor eens man, wat jij met het geld doet, moet je zelf weten, maar... eh... ik heb zelf nog een klein spaarpotje, niet veel, net genoeg om er een avontuurtje mee te wagen enne ik dacht zo: waarom zou ik niet meedoen.'
Kort en goed, meneer Schaap had gezegd, dat een vrouw geen eigen kapitaal kon bezitten en dat dus dit spaarpotje ook van hem was. Maar toen had juffrouw Schaap beweerd, dat ze geen slavin van haar man was, en dat de wereld niet stilstond, maar vooruitging. Als zij elke week op het huishoudgeld zoveel had uitgezuinigd, zonder dat haar man er iets van had kunnen merken, en ze had nu een paar centen achter de hand, dan was ze vrij om die te besteden zoals zij zelf verkoos; en daarmee basta. Uit!
Het opgewonden verhaal, dat moeder ons nu in de Rapenburgerstraat kwam vertellen, kwam hierop neer, dat juffrouw Schaap tegen de zin van haar man compagnon geworden was van Jacob.
Hijgde moeder verontwaardigd:
'Nu vraag ik je, zo'n brutale aap van een jongen. Als hij net zoveel handelsgeest heeft als zijn vader, kan juffrouw Schaap naar haar duizend gulden fluiten.'
Maar het bleek al spoedig, dat Jacob in zijn pink meer zakelijk vernuft bezat dan Jonas in zijn hele lichaam. Hij bleef nog drie maanden bij het stationsbuffet in dienst. Die tijd gebruikte hij vlijtig om aan alle reizigers te vertellen, dat hij spoedig een eigen zaak ging openen. En mocht hij op de gunst en de klandizie rekenen?
Het winkeltje in de Weesperstraat ontwikkelde zich spoedig tot een