Grafschrift voor een ziener 127
Het staat op een pleintje. Of is het een hof? Of een brede straat? Er is een gangetje. Het is meteen deur afgesloten. Vreemdis dat; het geeft een angstig gevoel. Eigenlijk moest die deur open zijn. Op de deur staan letters. Is het een t of een n? Ik loop het gangetje in. De huizen zijn opgetrokken in een uitheemse bouwstijl, die toch vertrouwd aandoet. Veel hout. Vensters, die uit de gevellijn naar voren springen. Het overkappende dak is scherp zichtbaar, maar het zweeft in de lucht. Ik zie twee verdiepingen, dan komt er een leegte, waarin bomen en andere huizen bespeurbaar zijn, en veel hoger zweeft dat dak.
Ik wacht voor Het Vreemde Huis.
Ik ben zeer opgewonden. Mijn hart klopt snel. Ik haal moeilijk adem. Ik voel angst... neen, angst is het niet... verwachting, dat is wat ik beleef.
Ik moet Het Vreemde Huis zijn binnengegaan. Opeens sta ik op een overloop. Er is een man, die heftige armbewegingen maakt. Naast mij, eenhoog is opeens diezelfde man verschenen. Ik zie hem nu tweemaal. Het is een vijand. Het gevoel van angstige verwachting dreigt en lokt tegelijkertijd.
Het Vreemde Huis is nu vol... overal is diezelfde man, honderdduizend maal dezelfde man. En... dan... zijn. ..er... plotseling... slechts... twee... mannen. .. over. Hij en ik. Monden bewegen, maar ik hoor niets. Het is een Huis der Stilte.
De man van tweehoog stort naar beneden. Hij geeft de man eenhoog een duw. Nu rolt een lichaam de eerste trap af
Beneden in de trapopening ligt het lichaam van de man, die gevallen is. De man is dood, dat weet ik zeker en die gedachte geeft mij een zoet gevoel van bevrijding, dat nog natintelt, wanneer ik met een schok wakker word.
Het beklemmende gevoel, dat hem in de Vishal had overvallen, de macabere atmosfeer van het Panoramagebouw, de sensatie van gewichtloosheid, die hij had ondergaan toen hij het schilderij van 'Het Beleg van Haarlem' in zich opnam, maar bovenal de droom van Het Vreemde Huis - al deze ongewone gewaarwordingen bleven hem obsederen. Op een of andere wijze (hoe wist hij niet) waren deze ervaringen met elkaar verbonden. Ze waren schakels in een spookachtige ketting, die zijn gedachten omkluisterde. Meester Veldhuizen had zijn leerlingen opdracht gegeven over de schoolwandeling een opstel te maken. Dat van Izak beschreef op kinderlijke, haast surrealistische wijze de beklemming van de oude Vismarkt, en het lijkkistgevoel van het Panoramagebouw. Meester Veldhuizen gafhem een acht voor stijl. Hij werd de eer waardig gekeurd zijn opstel voor de klas voor te lezen. Zoals te begrij