122 Gis teren komt nooit weerom...
Maar het is géén grapje, dat een vrouw, een vaste klant, op een avond het theater binnenkomt en tegen Hes, de portier, zegt:
'Morgen moet ik opgenomen worden voor een zware operatie. Ik zeg tegen m'n Davidje: weet je wat, ik ga vanavond nog even naar Tsip-Tsop, heb ik dat program tenminste niet gemist.'
Geen grapie is het ook, dat ome Jozef volstrekt unieke gebruiken in zijn theater durft te introduceren. Voor de directeuren van de andere theaters in de stad mogen sommige van zijn inventies volslagen waanzin lijken, hij kent zijn klantjes. Als (het wordt hoog tijd) de zaal van boven tot onder moet worden gestukadoord en geschilderd, beveelt de directie:
'We sluiten niet.'
De steigerpalen staan weken lang midden in de schouwburg. De zaal is een ruïne. Maar de voorstelling gaat door. Het vaste publiek accepteert het ongerief:
'Nou ja, sjat wat, in het donker zie je van de rommel toch niks.'
Ome Jozef introduceert een ander comfort. De werkloosheid in het diamantvak is weer eens groot. De slijpers, die op de bikkels lopen, kunnen altijd nog wel een paar dubbeltjes van hun sigarencentjes afknijpen om één middag naar Tsip-Tsop te gaan. Evenwel, het gebeurt, dat er juist op zo'n middag thuis een dringende boodschap komt:
'Juffrouw, ik kom van de fabriek, of uw man direct wil beginnen, de baas heeft werk voor hem.'
Moeder spoedt zich naar Tsip-Tsop. Zegt ze tegen Hes: 'Ik moet m'n man direct spreken. Hij kan werk krijgen.'
Ze wordt binnengelaten. Hes loopt met een zaklantaarn langs de rijen. De vrouw naast hem. Net zo lang tot ze haar man gevonden heeft. Niemand van het publiek vindt zoiets hinderlijk. Integendeel, waar in de wereld vind je een theater dat zó met de dagelijkse dringende noden van zijn publiek meeleeft? Natuurlijk maakt de humor zich van deze situatie meester. Is er een vrouw, die samen met Hes haar man zoekt. Zit het chazzer met een buurvrouw naast hem in 't donker.
Tsip-Tsop verwerft een plaatsje in het spraakgebruik. De architect heeft beslist niet het maximum van comfort gereserveerd voor de bezoekers, die op de goedkoopste plaatsen van de galerij moeten zitten. Als ze willen kunnen ze zonder op te staan, het plafond aanraken. Die hoek heeft een algemeen geaccepteerde bijnaam verworven: het alkoof van Gele Bora.