De kenners weten waar ze voor de speciale dingen moeten zijn. Bij De Haas zijn de broodjes warm kalfsvlees het lekkerst als ze in de vette jus worden gedompeld. Zegt een klant:
'Juffrouw, wilt U mijn broodje kalfsvlees niet één keer maar
twee keer in de zjuu dopen ?'
Zegt de blonde winkeljuffrouw:
'U bent geen jehoede, U bent een wederdoper.'
De worst in al die winkeltjes is van een samenstelling, die aan de Joodse wijk gebonden is. Los en grof, volgestopt met puur rundvlees, pittig gekruid met piment en in eerste kwaliteit eikenmot gerookt. Er is vette worst, middelsoort worst en magere worst, eigenlijk gemalen gerookte biefstuk in een foe-draaltje.
De Joodse winkeltjes, die niet strikt kosher onder het strenge toezicht van rabinaat staan, specialiseren verder in een soort gebak, dat het midden houdt tussen ambrosia en botercake. Het heet 'kauliesj' en wordt tussen twee dikke lagen boter genoten. Vette boterkoek tussen een kadetje komt de hemelse spijze ook zeer nabij.
De exploitant van de nering en zijn personeel staan achter de toonbank. De hele dag hebben zij schoonzicht op smakkende, vettige lippen, op kauwende monden, op malende knarsende tanden en kiezen, op slikkende, hikkende, boerende adamsappels, op vettige, druipende, grijpende vingers. Vraagt iemand aan meneer Zuidema: 'Wordt U daar nou niet stijf gallisj van?' Luidt het antwoord:
130