Breng voort voor allen.
Wanneer we de voortbrenging konden opvoeren — wanneer de volkeren van het Westen bereid zouden zijn tot het brengen van offers in het belang der achtergebleven gebieden — dan zouden wij een vreedzame, maar een ontzaglijke revolutie te weeg brengen in het leven van 1600 millioen mensen in andere werelddelen.
Het democratisch socialisme wil voortbrenging naar behoeften. Dat hebben we in dit boekje herhaaldelijk uiteengezet.
De nood in die gebieden is groot.
De behoeften dezer 1600 millioen mensen moet richtsnoer worden voor een plan tot hulpverlening van lange duur. Alles zal niet in één slag kunnen geschieden.
De achtergebleven gebieden moeten worden ״bijgetrokken".
Naast alle andere overwegingen, die wij reeds hebben vermeld, betekent dit, dat wij de verhouding tussen verbruik en voortbrenging als een wereldvraagstuk willen behandelen.
Het betekent, dat wij de koopkracht van de gehele wereldbevolking „willen uitsmeren" en opvoeren.
Het vraagstuk van de „achtergebleven" gebieden is, in internationaal verband, een zaak van meer voortbrengen en beter verdelen.
Alleen wanneer we het vraagstuk van voortbrenging en verbruik zien als een wereldvraagstuk, kunnen we er aan denken ook Nederland tot nieuwe welvaart te brengen in een wereld van welvaart.
In korte woorden gezegd: de welvaart moet worden uitgespreid.
Over elk volk.
Over alle volkeren.
De „rijke volkeren" moeten helpen de arme volkeren minder arm te maken.
Planmatigheid dé oplossing.
Is er één verstandig mens in de wereld, die zulke vraagstukken kan
oplossen zonder een plan, zonder planmatigheid, zonder leiding en
zonder organisatie?
In het verleden is het zonder plan gebeurd. De koloniale gebieden, waar de rijkdom betrekkelijk gesproken voor het grijpen lag, werden opengegooid.
De anderen, waar de winst niet zo makkelijk vloeide, bleven achter.
Dat was de tijd, toen als prikkel gold: de winst.
Het democratisch socialisme wil, dat voortaan de behoefte van de mens prikkel wordt bij het opengooien van de gebieden, die nu nog achtergebleven zijn.
In die wens staat het democratisch socialisme niet (meer) alleen.
In het verleden heeft het de eis van hulp aan de volkeren in die werelddelen aangeheven, gedreven door zijn algemeen beginsel, dat het streefde naar een wereld, waarin gerechtigheid zou kunnen bestaan.
Thans zijn het de dringende staatkundige en economische noodzakelijkheden van elke dag, die andere groepen naast het democratisch socialisme tot deze zelfde gedachte hebben gebracht.
In Januari 1949 hield de president van de Verenigde Staten van Noord-Amerika de rede, waarin hij Punt Vier uiteenzette. Hij zei:
„Wij moeten ons aangorden voor de verwezenlijking van een stoutmoedig program, dat de zegeningen van onze wetenschappelijke voor-
89