De nood is groot.
In de hele wereld leven ongeveer 2400 millioen mensen.
Daarvan leven 1600 millioen in Azië, Afrika of in Zuid-Amerika.
In de gebieden van Azië, Afrika en in vele delen van Zuid-Amerika verkeren mensen in omstandigheden die wij ons in Nederland eenvoudigweg niet kunnen voorstellen.
In ons land ligt de gemiddelde leeftijd thans tussen 65 jaar en 70 jaar.
In Azië en Afrika zijn grote gebieden, waar de gemiddelde leeftijd niet boven de 33 jaar ligt. Zo groot is er de sterfte als gevolg van ziekte en verwaarlozing.
De ondervoeaing is vreselijk. Uit de tijd van de bezetting weten we allemaal wat 't betekent: niet genoeg calorieën naar binnen te krijgen. In die achtergebleven gebieden is het calorieënverbruik 60% van het onze.
Op elke duizend inwoners hebben wij zesmaal zoveel dokters.
Men neemt aan, dat van elke 100 inwoners van India, Indonesië of Afrika, niet meer dan tien kunnen lezen en schrijven.
De tekorten van deze landen op allerlei gebied zijn verschrikkelijk.
Oorlogen hebben de landen verwoest.
Er is gebrek aan alles wat nodig is voor een begin van een schamel bestaan.
De zieke plek op de aardbol.
Het kan de wereld nooit goed gaan, wanneer deze nood bestendigd zou blijven.
In de eerste plaats al, omdat een wereld, waarin de gerechtigheid geen voortgang maakt, vroeg of laat aan haar zedelijke tekorten ten gronde zal gaan.
Maar in niet mindere mate, omdat het bestaan van grote honger-gebieden ergens in de wereld, een bedreiging vormt voor de rust in de gehele wereld.
Onze wereld is een ingewikkelde huishouding geworden. Allesbehalve volmaakt, maar toch één huishouding.
We kunnen niet meer zeggen: wat op vijf duizend kilometers afstand van ons gebeurt, gaat ons niets aan.
Hongersnood in China is als het ware een hevige aardschok, die overal gevoeld wordt — ook in de landen, waar men in welvaart leeft.
Voor de volkeren, waarvan het grootste deel der mensen lezen noch schrijven kan, is hij de bevrijder, die eten en kleding en een schamel onderdak belooft of schenkt.
Als de democratie tot deze volkeren komt met lege handen, hebben wij hun niets te bieden dan woorden, die zij niet kunnen omvatten. Hongerige magen hebben geen oren.
Een Westerse beschaving, die tegenover deze grote nood verstek liet gaan, zou op een beslissend ogenblik te kort schieten. Zij zou daarmee de bijl hebben gelegd aan de wortels van haar eigen bestaan.
Het is niet de vraag: kunnen we ons veroorloven de achtergebleven gebieden te helpen?
De vraag is: kunnen we ons veroorloven hen niet te helpen?
Het antwoord luidt: neen!
88