Wij gaan nu het gedeelte van dit boeltje, dat in het bijzonder over Nederland handelde, afsluiten.
In het volgende gedeelte zullen wij ons namelijk gaan bezig houden met vraagstukken van buitenlandse aard, waarbij Nederland zeer nauw betrokken is.
Voor we echter tot dat volgende gedeelte overgaan, willen we even samenvatten wat we in het voorgaande hebben behandeld.
We hebben de ineenvoeging van cultuur en maatschappij bekeken.
Vervolgens hebben we onderzocht op welke wijze de voorwaarden konden worden geschapen in de maatschappij, die een grotere ontplooiing van de menselijke persoonlijkheid mogelijk zouden kunnen maken.
Daarna hebben we vastgesteld, dat gelijke kansen voor allen een wens van maatschappelijke rechtvaardigheid is.
We hebben aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om met betrekking tot onderwijs en kunst die kansen gelijk te maken.
Van de ontplooiing van de mens, zijn we vervolgens overgegaan tot de zorg voor de mens.
We hebben aangegeven hoe de maatschappij haar plicht als gemeenschap kan vervullen jegens de mens ״in pijn en nood".
En nu kunnen we dus overgaan naar het volgende deel, dat vraagstukken van buitenlandse samenwerking behandelt.
Dat deel omvat de hoofdstukken:
HOOFDSTUK XV.
ZORGEN BUITEN ONZE GRENZEN. *
HOOFDSTUK XVI.
NIET ALLEEN OP DE WERELD. *
HOOFDSTUK XVII.
GEMEENSCHAP VAN VRIJE WELVARENDE VOLKEREN.
*
63