eens weet ik het. Bill Logan, zo heette de schurk, die de bende van Charley Goldsteen leidde en de centen in zijn zak stak. Bill Logan, de man, die buiten schot bleef. Bill Logan, de man, die onvindbaar was.
Zo, dus Marku is Bill Logan.
De sfeer in de kamer wordt opeens gezellig. Tenminste, voorzover iets gezellig kan zijn met een lijk (van Grijze Jaap) en een bewusteloze (Marku) vlak in de buurt.
De drie T's zijn van verbouwereerdheid opeens zeer beschaafd gaan spreken. Tegen de Wilde zeggen ze:
״Collega, als we U een goede raad mogen geven. ..."
Collega?
De drie T's zijn van de politie. Sufferd, dat ik ben! Dat had ik kunnen weten. Zó liederlijk vloeken als die drie deden, dat kón niet echt zijn.
Nickey zit er een beetje verwezen bij. Die herhaalt onophoudelijk:
„Ik blijf bij mijn baas. Wat die doet is goed."
O ja, ik vergat nog te vertellen, dat Molly me dadelijk om de hals is gevlogen. En ze zoent me, en zoent me, maar dat is de afdeling privé-aangelegenheden. Dat hoef ik niet op te schrijven.
176