TWINTIGSTE HOOFDSTUK
Middenin een zin van Marku geeft Grijze Jaap plotseling een daverende slag op de tafel.
״Ik verrek het!" schreeuwt hij. ״Met die schoft van een Tony ga ik niet in zee!"
Ik zwijg. Ik blijf hem in de poppetjes van zijn ogen kijken. Zuigen noemen ze dat bij ons in Amsterdam. Nu wordt hij razend. Hij slaat weer op de tafel.
״Ik verrek het! Die vent verraadt en verkoopt ons. En die straatmeid hier (hij wijst op Molly) is met hem in het complot. Ik laat me hangen als hij niet met het Hoofdbureau van Politie onder één deken ligt. Ik verrek het.... ik verrek het... ."
„Zwijg", zegt Marku vals en vriendelijk.
Nu richt zich Grijze Jaaps jeneverwoede tegen Marku.
„Jij gluiper!" zegt hij langzaam met dubbelslaande tong, maar geladen van wraakzucht, „jij dubbeloverge-haalde gluiper! Wie ben jij eigenlijk? Waar kom jij vandaan? Wat wil jij met ons? Nou, geef dan antwoord? Maar dat kan je niet! Nu zwijg je, hè, laffe schurk!" Patchecki staat op en probeert Grijze Jaap te kalmeren. Maar hij doet het zo onhandig, dat die nog kwader wordt. Hij blijft schelden en tieren.
„Daar zit hij nou, Marku de Machtige. . . ., Marku de Machtige. ... Ik lach me dood! Marku de Machtige! Heb jullie hem wel eens in zijn invalidewagentje ge-
172