Dan babbelt hij. Hij zegt: ons kan niks gebeuren; het is zo eerlijk als achttien karaats goud en toch kan je er miljonair mee worden. Zoek dat maar uit."
„Mets bijzonders", zeg ik.
Zal ik Rooie Riek opzoeken? Ik peins er niet over. Ik moet heel voorzichtig opereren. Molly is in Nederland terug. Wat moest ze in de steegjes tussen Nieuwen-dijk en Nieuwezijds doen? Het kan puur toeval zijn, dat ze daar is beland. Maar je kunt nooit weten.
Het is een wirwar van steegjes daar achter de bocht van de Nieuwendijk. Ergens tussen de huizen verscholen ligt een klein pleintje. In het midden staat een lantaarnpaal. Ik heb wel eens horen verluiden, dat ze daar jaren geleden een agent aan hebben vastgebonden. Die hebben ze toen op een zacht vuurtje geroosterd, totdat hij met corpseer kon worden losgemaakt. Op twee minuten afstand van het drukke stadsverkeer.
Ik slungel een beetje door dat kleine doolhofje. Niks bijzonders, zou de baas zeggen. Hier en daar schijnen mensen te wonen, dat zullen ook wel geen miljonairs zijn.
Nee, Molly moet in die steegjes terecht zijn gekomen, toen ze van de Nieuwezijds naar de Nieuwendijk moest of omgekeerd en een korte weg wilde nemen. Misschien wilde ze ook zo weinig mogelijk gezien worden.
Zal ik rechercheur de Wilde gaan opzoeken? Eigenlijk ben ik het wel een beetje verplicht. Maar ik weet van tevoren hoe het gesprek zal verlopen. Ik wil van hém iets te weten komen en het eind van het liedje is, dat hij mij niets en ik hem alles vertel.
133