ELFDE HOOFDSTUK.
״Jij bevalt me Dorry", zeg ik met een toneeltraan in myn stem.
״Waarom?"
״Het komt niet elke dag voor, dat een zuster zich opoffert voor haar broer. Denk eens in, je zou in goede kringen kunnen verkeren, zonder al die verfrommel op je gezicht. Maar nee, je barmhartige natuur stuurt je de onderwereld in om je broer bij te staan. En je verbergt je eerlijke uiterlijk achter het masker van een juffrouw van de vlakte."
Dorry perst dikke glycerine-droppels uit haar traanbuizen; en ze doet het zonder moeite, want vrouwtjes van haar slag zijn altijd sentimenteel en ze worden graag beklaagd.
Het is een halve minuut of zo doodstil. Zij wordt hoe langer hoe sentimenteler. Ik laat haar met rust in haar stil verdriet. Maar omdat ik ten slotte niet naar Angelo's Bookshop ben gekomen om een duetje te grienen, trek ik de vrolijkste registers van mijn stem open.
״Zus", zeg ik, ״berg je zakdoek op. Droog de overstroming. Trek een vrolijke grimas in je lieve gezicht. Want ik ga een belangrijke vraag stellen."
Je hebt nog nooit een gezicht zo snel van Jantje huilt naar Jantje lacht zien draaien.
״Een vraag", zegt ze min of meer ademloos.
109