Mijn vader, de Vliegende Arend, was intusschen gestorven en ik was hem opgevolgd als het eerste opperhoofd. Alle andere opperhoofden waren onder mij gesteld, maar veel waren het er niet meer, want in den oorlog waren vele mannen en vrouwen en kinderen gestorven en nog meer waren het slachtoffer geworden van het vuurwater.
De regeering zei, dat de Indianen een vaste woonplaats zouden krijgen en daar mochten de blanken niet komen.
Zoo werd de vrede gesloten en nu wonen de weinige Indianen, die er nog over gebleven zijn in hun afgesloten gebied."
Zwartemes eindigde zijn vertelling.
Witte Vleermuis zuchtte. Daarna zei hij iets tegen Zwartemes.
„Jongens," zei de oude Indiaan, „het opperhoofd Witte Vleermuis zegt, dat hij mij die geschiedenis heeft laten vertellen, omdat jelui lid zult worden van den stam, zoodra Willem beter is. Hij zegt, dat je goed moet weten wat dat beteekent. Overal waar Witte Vleermuis komt, vertelt hij de geschiedenis van de Indianen, hoe ze werden verdreven en verdelgd. En als jelui nou lid wordt van den Indianenstam, en dat worden jelui, want je vriendje Willem heeft immers het leven van Witte Vleermuis gered, als jelui nou lid wordt, dan ben jelui een deel geworden van die geschiedenis. Wat dat beteekent begrijp jelui nog niet, maar dat hoeft ook niet, als je maar weet, dat Indianen ook menschen zijn en als je dat maar ook aan je vriendjes en zoo vertelt."
„Dat zullen we," riep Max.
„Vast en zeker!" zei Edo.
„Reken maar," zei Karei, „'t is toch zeker een reuze schandaal zooals die blanken de Indianen hebben behandeld en geloof maar vast, dat ik het aan iedereen
161
Met de Trekpot op avontuur. 11