hem opeens van de oogen gevallen. Hij heeft zijn kwaadaardige verwijten in een fel mitrailleur־vuur door de kamer gerateld.
Mr. Lawrence heeft gevloekt. Eenmaal, twee־ maal en daarna nog een keer. Hij heeft zijn fleg־ matieke kalmte bewaard, maar zijn gelaat is doods־ bleek geworden.
En Monsieur Marcel Panier is nimmer dichter bij een beroerte geweest. Alles verzinkt in het niet bij den geraffineerden ploertenstreek om zoo sarrend te vragen naar den toestand van zijn nieren. Nom d'un chien, als hij dien Masters de schoelje hier had, zou hij hem naar de strot vliegen, den oplichter, den flesschentrekker den moordenaar!
Alleen Mr. Filene is rustig blijven zitten.
Nu is de opwinding geluwd. De kellner heeft de glazen volgeschonken. De rustige stem van Mr. Filene vertelt:
״Mijne heeren, zaken zijn zaken---- Amerika
heeft van meet af aan op het standpunt gestaan, dat de uitvinding van dien jongen Nederlander.. dien----
״Dirk de Wind", vult Herr Gutsberg aan.
״Never mind", wuift Mr. Filene achteloos, ״de naam doet er niet toe, want de man is dood.... en de uitvinding is veilig____"
Hij kijkt even den kring rond, vervolgt dan:
204