״Juist", bromt Herr Gutsberg. Hij staat op, trekt een ernstig gezicht, of hij een vers gaat zeg־ gen, een stuk uit den bijbel lezen:
„Ik verklaar hier.... naar eer en geweten----
als goed zakenman, dat ik evenmin als Mr. Law־ rence weet waar de uitvinding is." Hij gaat nu pas weer zitten. „En ik verklaar hetzelfde", zegt Monsieur Marcel.
Mr. Filene heeft een versche pijp gestopt.
„New York", begint hij____
„New York aan den telefoon", roept de chas־ seur in de half geopende deur, „New York voor.. monsieur Panier...."
„New York.... voor mij?" zegt monsieur Mar־ cel verwonderd. Hij loopt naar het toestel; grijpt
den microfoon____
„Hallo.... hier Panier____"
.... luistert even en smijt dan den microfoon neer, vloekt:
„Wel nom de Dieu, daar is die verdomde John
Masters aan den telefoon---- levend en wel____
en vraagt me, hoe het____hoe het met m'n nieren
gaat...."
Herr Gutsberg heeft zijn woede en teleurstelling uitgebulderd. Zulk een boevenstreek heeft men nog nooit met hem uitgehaald. De schellen zijn
203