Jacobus Fredericus de Brie

Titel
Jacobus Fredericus de Brie

Jaar
1933

Druk
1933

Overig
1ed 1933

Pagina's
213



Jacobus Fredericus de Brie____ hoe kon hij dien

idioot ooit verdenken?

״Frans Hokkert.... jij bent een sukkel____het

eenige wat je ons verwijten kunt is, dat wij jou zoo lang ernstig hebben genomen."

Frans Hokkert haalt diep adem. Hij geeft zich niet over. Hij zal vechten op zijn laatste reserve.

״Kalenberg", steunt hij, ״Kalenberg zal die moorden net zoo min oplossen als ik.... Dat is immers een misdaad zonder fouten. Wie ook die zaak in handen krijgt, zal er op blijven bijten, maar dóórkrijgen.... nooit! De misdaad is ons de baas gebleven,.... laten we het maar ronduit zeggen.... maar dat mag niet erkend worden, hé? Wanneer de wrekende arm der gerechtigheid verlamd is, gaat de wereld immers naar den bliksem. Wij moeten het stiekum houden; ze mogen buiten niet weten, dat de Heilige Herman־ dad gefaald heeft. Stel je voor, dat de menschen tot het benul komen: je kunt twee moorden be־ gaan, zonder dat ze je snappen. Dat zou grooter

catastrofe zijn dan een koersdaling____en daarom

moet ik maar voor de honden gegooid worden. Frans Hokkert gaat de woestijn in. Hij is een stommeling en een ezel.... hij heeft geld uit־ gegeven en niets bereikt. Hij heeft geknoeid met microfoontjes en heeft opgeschept.... Frans Hokkert is dezen keer de sigaar geworden....

198

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.