geestdriftig: hun krantje heeft gelijk. Het gaat mis met Nederland, hopeloos mis, als we niet oppassen. Heeft doctor Johan niet deze week zich laten ontvallen, dat hij met bezorgdheid de toekomst tegemoet ziet? Dat hij overweegt om tienduizend arbeiders op straat te zetten. Tienduizend man, dat beteekent een bankroet; die kerels moeten ge? steund worden, waar moet al dat geld vandaan komen?
Uit de schatkist!
Hoe komt de schatkist aan de millioenen?
Van U, geachte lezers!
Tienduizend man op straat; doctor Johan heeft het er niet bij gezegd, maar iedereen voelt het: dat komt allemaal van die verdoemde uitvinding, waar de kranten over hebben geschreven. Je zou wenschen, dat die vent zijn nek had gebroken vóór hij aan zijn uitvinding begon. Staatsbemoeiing, jawel, morgen brengen, achturendag en zegeltjes plakken voor je dienstbode; en voor tienen mag je geen versch brood verkoopen, dat is staats־ bemoeiing, maar van den verkeerden kant. De staat moest het eenvoudig verbieden om zoo'n uitvinding te doen of om die uitvinding te exploi־ teeren. Wij kunnen geen uitvinding verdragen, wij zullen er aan sterven.
״Het loopt op zijn eind met Nederland", zeggen ze in de Groote Club te Amsterdam; daar maken
184