weer. Hij kwam immers alleen maar voor een kleine informatie. Vroolijk kijkt hij niet.
Even later gaat ook Jacobus Fredericus weg; even arm als voorheen. Na een kwartier zegt Mr. Lawrence:
״Ik begin het spelletje dóór te krijgen____ die
vent heeft de moorden op zijn geweten----maar
de Nederlandsche staat heeft de uitvinding. Daar־
mee heeft de fielt zich straffeloosheid gekocht____
zoo zijn ook de berichten in de kranten gekomen. De uitvinding wordt een staatsmonopolie.... let op mijn woorden!"
„Wij zijn er ook nog" hijgt Herr Gutsberg; zijn stem klinkt benepen.
,Jr
179