het geluk is niets dan een lap costuum stof, een laagje leder en je eigen besluiteloosheid.
״Wat u mij aanbiedt", hij hoort het zichzelf zeggen, wat klinkt zijn stem haperend en onzeker. ״Wat U mij aanbiedt is geen kleinigheid----"
„De uitvinding bedreigt het bestaan van de industrie in alle landen----"
„Mr. John Masters, wijlen John Masters, wil ik zeggen, dacht er net zoo over----"
„Ik heb U toch al gezegd, dat wij U het vier־ dubbele bieden."
„Cash?"
„Cash! Dat wil zeggen, zoodra wij de uitvinding in handen hebben.... Geen seconde eerder, gelijk oversteken."
Net als in een sigarenwinkel.
Plof!
Jacobus Fredericus tuimelt uit den hemel om־ laag.
„Ik heb die uitvinding niet----hier!" klaagt hij.
„Niet hier---- Hindert niet. Meneer De Brie,
ik wensch open kaart te spelen met U. Wij moeten weten, wat wij aan elkander hebben. Ik heb U nooit gezien, en U mij niet. Ik noem U goede vriend, maar ik ben beter vrienden met de uit־ vinding, die U ons uitlevert. Ja zeker, meneer de Brie, die U ons uitlevert. U staat onder zware verdenking. Als wij, de vertegenwoordigers van
157