״Het juiste woord----goud waard----Hoeveel
heeft John Masters U geboden voor Uw zwijgen? U ziet, ik weet alles!"
״Dat merk ik", zegt de Brie. Waar wil die vent heen?
״Wie bent U eigenlijk?"
״Ik____ Och, waarom zouden we verstoppertje
spelen. Mijn naam is Lawrence, directeur van de Britsche radiotrust. En om U maar meteen uit den droom te helpen, ik kom hier als gevolmachtigde van de Fransche en Duitsche radio־concerns. Wij zijn Uw bondgenooten. Wij zullen zorgen, dat Uw onschuld aan de moorden zoo onwrikbaar vast komt te staan, dat de officier van justitie eerder kans heeft om voor die misdaad de gevan־
genis in te draaien dan U____"
„Dat is zoo moeilijk niet", zegt Jacobus. Moet die vreemde kerel, moet die broodmagere Engelsch־ man hem nu ook nog gaan beschuldigen? „U bent nogal zeker van Uw zaak", hoont mr.
Lawrence, „enfin---- ik mag dat wel. Onver־־
schrokkenheid is de ure des gevaars, is een sieraad
voor den krijgsman---- Apropos, hoeveel heeft
John Masters U geboden?
„M'n kop staat niet naar flauwe kul", zegt Jacobus bits,
„Laat ik dan zeggen", Mr. Lawrence is opgestaan en gaat met zware stappen door het kleine ver־
154