Jacobus Fredericus de Brie

Titel
Jacobus Fredericus de Brie

Jaar
1933

Druk
1933

Overig
1ed 1933

Pagina's
213



Herr Gutsberg herbergt binnen in zijn hoofd een dwazen wensch: eenmaal in zijn leven wil hij in een haven een dobberend bootje roeien naar het midden van het groote water en daar, terwijl de avond daalt, hengelen! Geduldig wachten tot er een visch komt, die bijten wil. En dan gedempt praten met je kameraad over de vangst en over de bleeke kleuren van de wazige wereld rondom.

En hij zelf, monsieur Marcel____hij zelf, is een

dwaze fantast: zoo af en toe, tusschen wakker worden en nog slapen, liefkoost hij den wensch: je heele huid afpellen, slangen doen dat elk jaar, en met een nieuw vel in een schoongewasschen wereld rondloopen.

Nu zijn ze machtig en beloeren elkaar. Zitten rond een tafeltje met verhitte hoofden. Probeeren elkander te bespringen. De keel dicht te knijpen. Het laatste beetje leven uit de volken te persen. Zij omklemmen de wereld en willen het zelf niet. Maar zij moeten. Moeten ketting zijn.

Doctor Johan is maar een schakelt je in dien grooten ketting. Monsieur Marcel, Mr. Lawrence, Herr Gutsberg en John Masters, wiens lijk ver־ dween, zijn machtiger dan hij.

Maurice Turfh scharrelt op de eerste laag van de pyramide; hij verbeelt zich, dat het groote bouwwerk voor hèm is ontstaan en in stand blijft. Voor zijn genoegen, voor zijn verstrooiing. Willem

131

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.