Een speurder is ook maar een gewoon mensch, van vleesch en van beenen. Zonder geluk vaart ook hij niet wel. En teleurstellingen vreten ook aan zijn persoonlijkheid.
Frans Hokkert loopt langzaam de trappen af; weer naar de eerste verdieping. Dat is een op« donder geweest, die aankwam. Er is een kanjer van een barst in zijn zelfvertrouwen gekomen.
Alles leek eerst op rolletjes te gaan; nu is de machine plotseling blijven steken. Het verhaal van dien mof leek de oplossing. Nu blijkt het nog niet eens een spoor te zijn. Jacobus Fredericus de Brie
is onschuldig____tenminste als hij geen comediant
is. Zal toch goed zijn om voorloopig dat knaapje in de gaten te houden. Je kan nu eenmaal nooit weten!
Frans roept den agent, die, omgeven door drommen nieuwsgierigen, voor de deur gepos־ teerd staat.
״Bel eens naar het hoofdbureau en zeg dat Kalenberg en Geurten onmiddellijk hier moeten komen."
״In orde, chef!"
Dat is eigenlijk de ergste pech!
Denk je het zaakje heelemaal alleen uit te vis־ schen en blijkt achteraf, dat je het zonder hulp niet kunt stellen.
Enfin, toch maar zorgen, dat hij de leiding houdt.
115