״Ook goeie morgen.... watte____wenscht U?"
Frans Hokkert wacht even, zegt dan: ״U weet zeker wel, waarvoor ik kom.. Nee..
hmmm____ ligt anders nogal voor de hand,
vadertje____ ik wou 's een gezellig half uurtje
met je babbelen."
״Ik ben je vader niet", ketst Jacobus Fredericus staalhard terug, ״als ik 't was, zou ik m'n zoon eerst een cursus in beleefdheid geven, om 'm te leeren, dat־ie vreemde menschen niet hoeft te jij־־en en jou־en."
Wat verbeeldt die idioot zich wel? Jacobus Fredericus de Brie is niet voor de ratten gevonden. Gisteren konden ze nog een brutale bek tegen me
opzetten, maar vandaag____ al kwam die ijzeren
Hein, die me nou zoo strak aankijkt, verdorie van het Burgerlijk Armbestuur, dan zal־ie merken, dat vandaag de bordjes verhangen zijn.
„Ik kom", zegt Frans Hokkert met een aan־ sprekersstem, „ik kom van de politie!" „Van de politie?"
„Ja! van de politie." Zijn oogen slaan Jacobus Fredericus in de boeien. Dat magere scharminkel zit in de dubbele Nelson. Is merkbaar geschrokken van het onverwachte. Moet ook wel. Dacht sekuur, dat niemand erg had op hèm. „Ja, van de politie____ en nou weet je", hij
107