En meteen tilt ze hem op en opeens is er een loketje. Daar moet je doorheen, als je naar boven wilt. Het lijkt goddome wel het loketje van den Steun, maar die vent met de rooie snor is er niet. ״Zeker ook de zak gekregen", denkt Jacobus Fredericus, en meteen geeft Marietje hem een zet en dan zit hij op den bovensten rang. Hij kan den Chinees opeens stukken beter zien. Haaie bliksem is het, zooals hij daar fiereflansen ver? koopt in zijn rooie soepjurk.
Als die verrekte eendvogel nou maar niet weg־ gevlogen was. Hij kan de geur van de lekker gebraden boutjes nog ruiken, maar het dier zelf cirkelt boven de loopgraaf....
״Loopgraaf____loopgraaf.... wie weet nou van
loopgraaf? Flora is toch nog niet afgebrand...."
----cirkelt boven de loopgraaf, waar de muzi־־
kanten zitten. Die grijpen. Zouden wel gek zijn, als ze de kans lieten voorbijgaan. De pianist pakt
een lekker־bruine bil van het beest en____ ver־
rek, hoe bestaat het: meteen zit er weer een nieuwe bout op dezelfde plaats. En de bassist doet hetzelfde, na hem komt de vent met die groote koperen trompet en pikt ook een vlerk. En telkens groeit er weer een nieuwe bil aan de eend. Op het laatst zit het heele orkest te knab־ beien en te kauwen en plotseling hebben alle bezoekers een gebraden eendenbil in de hand.
102