lossing voor de hand. Stel je voor, dat ze zich Rothschild hadden laten noemen.
In dat huis in de Manegestraat dan, zijn ze gaan wonen. Een paar jaar later huurde vader Maandag er de voorkamer bij, met het alcoofje en de keuken. Het was een paleis, voor hun doen. Toen meneer Maandag, onze meneer Maandag, de schoenmaker, ging trouwen, stond de kelder van datzelfde huis toevallig leeg. Hij begon er een schoenmakerij; tot dusver was hij knecht geweest bij vreemden. De achterkamer van de kelder werd de huiskamer van het jonge paar, en er waren ook nog een paar hokjes en een rommelig schuurtje. Jaren en jaren woonde meneer Maandag in die vochtige kelder. Als men hem vroeg: r
״Waarom kijkt U niet uit naar een betere woning, meneer Maandag?," dan antwoordde hij: ״Men moet een ouwe boom niet verplanten; dan gaat de boom dood."
Hij was zeer aan die buurt gehecht. De meeste vluchtelingen uit Oost Europa toonden voorkeur voor een woning in de Manegestraat. Vlakbij hadden ze hun eigen kleine synagoge gesticht, in de Nieuwe Kerkstraat, schuin er tegenover. De Joden, die wél waren wat men Nederlandse staatsburgers noemt, spraken altijd van ״het Russensjoeltje in de Kerkstraat." Ze keken, zonder dat ze het zelf goed wisten, eigenlijk een beetje uit de hoogte op de ״Russen" neer. Een wijs man heeft eens gezegd, dat de Joden altijd andere Joden, die van het Oosten komen, een beetje laatdunkend beschouwen. De Poolse Joden keken neer op Russische, de Duitse op de Poolse, de Nederlandse op de Duitse, de Engelse op de continentale, en de Amerikaanse Joden keken een beetje uit de hoogte naar de Joden uit Europa.
35