De afwas moest nog gedaan worden, toen de sirenes
voor het luchtalarm loeiden.
״Ik laat de boel staan," zei Ben's vrouw.
״Waarom?" vroeg die. ״We kunnen allemaal helpen.
We hebben nog twintig minuten voordat de machines
overvliegen."
Op ons gemak liepen we naar het station van de Ondergrondse Spoorweg.
״We hebben er vaste slaapplaatsen," legde Ben uit. ״Dertig meter onder de grond."
״Vanavond heb ik geen dienst als ,warden'," vertelde Jankele aan Sidney. ״Omdat jij met verlof bent. Geruild met een andere ,warden'."
De schuilkelder in de Underground leek op het eerste gezicht op alle andere ondergrondse schuil gelegenheden, die in allerijl in Londen was ingericht. Aanvankelijk had noch de regering noch de directie van de Ondergrondse toestemming willen geven de stations als schuilkelder te gebruiken. Maar toen de nachtelijke aanvallen van de Luftwaffe niet ophielden, en toen het leven in Londen 's nachts ondragelijk werd, had het volk de perrons eenvoudig in bezit genomen. Niet wanhopig of onordelijk. Maar kalm en weloverwogen. De treinen bleven rijden. Alleen de breedte van de perrons, die voor gaande en komende reizigers beschikbaar bleef, werd kleiner. Het grootste deel van de perrons werden nu in beslag genomen door geïmproviseerde bedden. Maanden later pas zijn er van regeringswege ijzeren kribben op die perrons geplaatst. Maar in de maand, waarvan ik nu vertel, lag het beddegoed zo maar op de perrons uitgespreid. Kinderen speelden. Zuigelingen lagen in kistjes of in kinderwagens. Bij nadere beschouwing was er echter een merkwaardig
200