Zegt moeder: 'We hebben al die tijd gedroomd en nu zijn we wakker geworden, het gewone leven gaat weer beginnen, met zijn zorgen en zijn armoe.'
Maar in elk geval gaat de levensmiddelenhal door. De kredietgevers trekken zich niet terug. Appie heeft het met Betje uitvoerig besproken, vader kan bij hem in de hal komen werken, als chef zullen we maar zeggen, chef in de middelste afdeling van de hal; in de eerste hal zal Appie zelf zijn en in de derde Bet-
je•
Zegt Betje: 'We gaan de hal noemen: DE VRIENDSCHAP.' Zegt moeder: 'Als ik de balans opmaak, hebben we vrede gesloten met de hele familie ... enne ... de pandjes komen uit de lommerd . .. enne we kunnen ons misschien nog een paar nieuwe dingen aanschaffen.'
Zegt vader: 'Vergeet niet dat Appie en Betje gaan trouwen, en hoe is dat allemaal gekomen? Door het Geld, door niets anders dan door het Geld. Het Geld alleen regeert de wereld.' Peinst moeder hardop: 'Of de liefde . .
Jiddisje (Joodse) honderdduizend. Deze uitdrukking wordt overdrachtelijk gebruikt om te hoog gespannen verwachtingen tot de ware, meestal zeer kleine afmetingen terug te brengen. Letterlijk duidt zij aan dat het bedrag van een financiële meevaller belachelijk is opgeschroefd.
171