Moeder wijst naar de linnenkast. Dat gebaar is welsprekender dan een lange redevoering.
Zegt grootmoeder: 'Welzeker, er staat nog niet genoeg in de lommerd. Breng er nog maar meer naar toe. Schaam jullie je niet?'
Vindt moeder een nieuw spreekwoord uit: 'Wie rijk wil worden moet beginnen zich voor niets meer te schamen.'
V
OOM Max vertelt met jenever-loslippigheid aan jan en alleman van de miljoenen die hij spoedig zal gaan bezitten. Op een avond komt hij ons glorieus en met een rode kop van het lachen onthullen dat hij zich kiplekker voelt en gaat het met jullie ook zo best? Hij is nog maar nauwelijks binnen of juffrouw Van Bever komt op bezoek.
Zegt grootmoeder: 'Ook toevallig dat Max net hier is als U op visite komt.'
Juffrouw Van Bever trekt zich van die stekeligheid geen lor aan, maar informeert meteen bij vader of die al iets van HenriduPont heeft gehoord, wat een vraag is naar de bekende weg. Oom Max vraagt natuurlijk wat die Henri is. Vader vertelt alles breedvoerig. De buurvrouw valt hem in de rede als hij iets vergeet. Als vader hardop zegt dat die bedilzucht van juffrouw Van Bever hem irriteert, trekt oom Max haar partij. We moeten toch begrijpen dat al onze kennissen en vrienden arme mensen zijn, die het geweldig vinden dat de rijkdom plotseling in hun midden is verschenen en belangstelling is niet hetzelfde als bemoeizucht.
Zegt hij: 'Wildvreemde mensen hebben me op straat gefeliciteerd, omdat ik miljonair ben of het wordt en ik begin langzamerhand te begrijpen dat het een plezierig gevoel is en ik heb nog nooit zoveel rondjes moeten aannemen als tegenwoordig:
149