goede buren, naaste familie zogezegd, maar als ze aan haar zieke man in dat gesticht denkt en aan de dure professoren in Amerika, die hem beter kunnen maken, nou, dan moeten we het haar maar niet kwalijk nemen, maar dan kan het haar echt verdrieten van al dat vele geld dat naar drie hoog gaat, en vertel nu maar meteen meneer Boem hoeveel duizenden guldens het zijn. Zegt vader: 'Het zijn geen duizenden guldens, trouwens om de volle waarheid te zeggen, het kan best wezen dat de hele erfenis een jiddisje honderdduizend is.'
Juffrouw Van Bever perst ons de belofte af dat we, als we schatrijk zijn, de kosten van de professoren in Amerika zullen betalen.
Dat is het geschikte ogenblik om de mogelijkheid te opperen dat de papieren in de brandkast twee hoog zullen worden opgeborgen. Intussen zullen we allemaal hard nadenken over iemand die kan helpen uitzoeken wat die papieren waard zijn. Vader en moeder en grootmoeder kijken elkander raadplegend aan, maar voordat ze erop doorgaan, wil vader eerst de perkamenten veilig achter slot en grendel hebben. Als hij met juffrouw Van Bever weer boven komt, zegt hij: 'We moeten Jokof vragen of die kan uitzoeken wat zulke papieren waard zijn.' Dat idee heeft vader natuurlijk niet van zichzelf, maar eigenlijk behoort juffrouw Van Bever toch tot ons gezin, dus laten we zo precies maar niet kijken.
's Avonds komt Jokof gewichtig en druk naar de Markensteeg en hij gaat vader uitvragen alsof hij geen boekhouder is, maar iemand van de belasting. Hij schrijft alles op in een groot schrift, want als de papieren goud waard zijn, dan moet er zoveel geregeld worden dat hij alles zwart op wit bij de hand wil hebben. Zelfs grootmoeder komt ervan onder de indruk. Vader haalt de papieren van twee hoog. Jokof zegt dat de ene helft van de woorden Engels is, de andere helft is Spaans of Portugees of Italiaans. Jokof neemt een zo'n papier mee. Een week lang horen we niks van hem. Op een avond verschijnt hij in de steeg met een triom-
137