'Ik kan er nog niet aan wennen. Jij, de man met de twee linkerhanden en daaraan niets dan duimen... jij schaapherder. Ik heb altijd gedacht, dat schaapherders kousen breien... dozijnen paren zwarte kousen. Maar jij... je bent een schaapherder, die Spinoza leest.'
'Weet je,' zei Wolf, 'ik geloof, dat de mens sinds onheuglijke tijden zoekt naar de volmaakte harmonie tussen zijn innerlijk leven en de wereld waarin hij leeft.' We zwegen allebei. De stilte was bijna tastbaar. Toen breide Wolf verder aan die ene gedachte: 'Alle onrust in de wereld komt uit die jacht naar harmonie tussen binnenwereld en buitenwereld. Ik geloof, dat de meeste ziekten daar hun oorzaak vinden.' 'En heb je die harmonie hier gevonden bij je kudde?' 'Ja. Positief en volstrekt: ja. Soms praat ik hardop, dat ga je doen als je veel alleen bent. Onlangs zei ik tegen mezelf: In dit land voel ik me op mijn plaats... eigenaardige uitdrukking : je op je plaats voelen. Je gebruikt hem zonder er bij na te denken. Totdat je ontdekt: mijn hele leven heb ik naar mijn plaats gezocht.'
'Dat deed je al in Nederland. Toen wilde je het ghetto ontvluchten, het geestelijk ghetto, weet je nog.' Hij antwoordde op ernstige toon:
'Het heeft vijftig jaar geduurd voordat ik mijn les had geleerd. Ik ben het ghetto eindelijk ontvlucht... in de kibboets.''
204