voelden zich gestreeld. Stel je voor, hun Wolf later ingenieur. Maar hij zelf wees die voorstellen beslist van de hand. Hij begon nu langzamerhand de leeftijd der volwassenheid te naderen. Hij was verloofd, met Mirjam, een roze-wangig, poezelig, lief meisje. Het eeuwige studeren kon hem niet boeien. Bovendien had hij zich laten vertellen, dat praktisch werken in Delft een zeer voorname plaats naast de theoretische studie inneemt. Mirjam deed geen enkele moeite hem te bewegen tóch naar Delft te gaan. Ze was onderwijzeres en genoot een niet te onredelijk inkomen. Als hij een baan kon krijgen in het elektriciensvak, en zij bleef op school werken, konden ze van die twee salarissen een leven leiden als prins en prinses. Kinderen kon nog wel even wachten, eerst zouden ze van het leven genieten, geld sparen op de bank, en als er helemaal geen kleintjes in hun huwelijk zouden komen, was het ook best. Waarom zou een mens niet met volle teugen van het leven drinken?
Op Wolf's eindrapport waren alle leraren trots, dat wil zeggen: alle docenten, die theoretische vakken onderwezen. De andere leerkrachten hielden vol, dat Wolf beter puinkruier kon worden. Maar met zo'n rapport kreeg hij toch maar een pracht van een betrekking. Met goede vooruitzichten, stond in de advertentie.
Zijn eerste kwarwei in het grote vijandige leven, was het aanleggen van een elektrische huisbel. Bij dat werkje stond Wolf zo te stumperen en te krukken, dat de klant hem het gereedschap uit de hand nam en zelf het belletje aanlegde. Die ene klant had compassie, hij praatte er niet over met Wolf's baas. Maar de andere geachte clientèle was
182