woond droomde hij van Het Vreemde Huis. Onzeker en geïrriteerd werd hij wakker. Mismoedig ging hij naar kantoor. Nors stapte hij het vertrek binnen. 'Daar heb je de jiddisje Hanussen,' riep iemand spottend. Hadden ze hem gisteravond gezien? Was het toeval? Of een geval van telepathie. Izak keek de collega, die hem had bespot, nauwelijks aan. Toen draaide hij zich om en liep naar het kantoor van de directeur: 'Ik neem ontslag. Op staande voet.' 'Waarom?' 'Ik neem ontslag.'
Op elke vraag herhaalde hij maniakaal deze drie woorden. Later, toen hij in zijn pensionkamer zat, dacht hij: wat heb ik gedaan? Wat moet ik doen?
Hij ging naar Amsterdam terug. Hij vertelde zijn moeder de halve waarheid, maar ze vermoedde zonder moeite de andere helft. Ze jammerde, dat Izak haar de kroon van het hoofd had gestoten. Daarop vroeg ze of ze de geriefelijke kamer van het verzorgingshuis moest verlaten. Hij zei, dat ze er kon blijven; dat verzoende haar spoedig met het grillige levenslot.
Kennissen vroegen hem wat hij ging doen. 'De mens is een poedel,' antwoordde hij, 'het stomme beest ziet het hoepeltje, maar het begrijpt niet, dat hij er door heen moet springen. De bedoelingen van zijn baas zijn ondoorgrondelijk. '
Spoedig daarna werd bekend, dat Izak Nahum als waarzegger, telepaat, hypnotiseur en para-psycholoog optrad in ca-fé's en goedkope tingeltangels. Zijn apologie was op zichzelf een mirakel van in en uit-redeneer-kunst. Wat was de
161