Izak zei, dat hij het verhaal had begrepen.
Dank zij een kennis uit de Banaat slaagde moeder Vranja er eindelijk in haar zoon een betrekking te bezorgen; ze noemde het 'een positie' en ze zei, dat ze van zo'n carrière voor haar Izak al jaren had gedroomd. Als de buren haar 'het bankvak' hoorden zeggen, zagen ze een groot gebouw met marmeren pilaren, koperen naamplaten en een leger van kassiers achter tralies. In werkelijkheid was het een klein wisselkantoortje in de buurt van het Damrak. In de etalage stond een schoolbord, waarop de directeur hoogst-eigenhandig elke dag de koers van de gouden tientjes openbaar maakte. De geachte clientèle bestond uit kleine speculantjes, kooplieden op de scharrelvaart, en bietsers. In die vreemde wereld van gouden koersen en doublé gokkers hield Izak het enkele jaren uit. Als het hem soms moeite kostte de sfeer van geld- en schraapzucht te accepteren, dacht hij: 'Een mens kan ook in leven blijven door vergiftigde appelen te eten.'
In de twintiger jaren stierf zijn vader. Avrom ging heen, zoals hij geleefd had, zonder veel ophef. Op een ochtend vond Vranja hem dood. Avrom's heengaan maakte op zijn zoon een diepe indruk. Een ver familielid kwam uit Berlijn om de begrafenis bij te wonen. Deze man herinnerde zich plotseling, dat hij wellicht een Gode welgevallig werk zou kunnen verrichten, wanneer hij niet slechts de obligate wandeling achter Avrom's kist maakte, maar Izak een plaats op zijn kantoor zou aanbieden. Het machtige familielid complotteerde alles met Vranja 5 dat Izak al mondig was, drong niet tot de samenzweerders door, maar hun be
151