Grafschrift voor een ziener
De Banaat is een grensprovincie in het zuiden van Hongarije. In de loop der tijden hebben vlaggen van vele landen uit de galmgaten der lage kerktorentjes gewaaid. De pachters en de boeren zijn eeuwen achtereen verkwanseld, getuchtigd en beroofd. Duizend jaar lang is er bloedig gevochten om het recht hen rechteloos te behandelen. Vreemde legers trokken hun voren van moord, verkrachting en verwoesting. Opstanden woelden de bevolking om als een akker in het voorjaar. Elke oorlog, elke vrede, elke dronkemansrel en elk feest eindigde met dezelfde kreet: 'Hep, hep, hep, rijg de jodenkindertjes aan de hooivork, God zal het u lonen.'
De joden in de Banaat zijn afstammelingen van de vluchtelingen, die in het begin der christelijke jaartelling uit het Heilige Land langs de kusten der Zwarte Zee eerst Noordwaarts en daarna Westwaarts trokken. Twee duizend jaar lang zijn ze de verliezers geweest. Een ondoorgrondelijk mysterie deed sommigen in leven blijven, die zich vermenigvuldigden, totdat opnieuw de gillende kreten van de pogrom door de kleine staedteles loeiden. In de Banaat ontvluchtte generatie na generatie de wrede wereld in tijdloze overpeinzingen. De joodse kinderen in de Banaat waren oude mannetjes nog voordat ze kerkelijk meerderjarig werden. Kinderen én volwassenen werden mystici, wie het
127