gefusilleerde held even goed als de bunkerbouwer. Waarom ook niet? Het is al zo lang geleden, en zo'n oorlog moet eens een keertje afgelopen wezen. We mogen niet haten. We moeten barmhartig zijn, desnoods zonder gerechtigheid. We moeten vergeten. Er moet niet alleen in de Weesperstraat gras groeien. Ook op de ruïnes van ons geheugen moet het onkruid tieren, zo dicht en dik, dat we de bouwvallen niet meer kunnen zien.
Het is dus eigenlijk maar goed, dat ze nu de puinhopen uit de buurt wegkruien. Daarom kan deze verzameling losse invallen, herinneringen en verhalen van weemoed, slechts met één zin eindigen. Met de woorden, die de Joden uitspreken, wanneer ze een begraafplaats verlaten. Eerst rukken ze een weinig gras uit de grond en werpen het achter zich, want zij moeten gedachtig blijven, dat zij slechts stof zijn.
'Gij vromen, gij braven in de eeuwigheid, ere zij uw rust.' Daarna trekken ze het hek achter zich dicht.
207