magazijn in, het leven gaat immers verder. Het probeerde langzaam normaal te worden. Maar Mokum had zijn hart verloren. De socialistische beweging was een puinhoop. Als ze vergaderde zag je alleen maar spoken. In je familie kon je moeilijk zeggen: nou luidjes, we zetten fiks en ferm een streep onder het verleden, en met nieuwe moed beginnen we weer: Ferme jongens, stoere knapen, foei, hoe suffend sta je daar! Want met zulke liedjes komen de vermoorden niet terug. In de politiek gaat dat wél. Je zet een streep onder het verleden en die lijn noem je: doorbraak; en je begint opnieuw met een lied en een lach en een vlag. Antisemitisch was die beweging nooit geweest, zeker niet in Amsterdam, al zullen er hier en daar ook wel een paar jaloerse beheimes tussendoor hebben gelopen. Nu, na de bevrijding, was heel Nederland plotseling filosemitisch. Filosemitisme, dat is dierenbescherming van Joden. Soms dacht ik: zo moet een wisent zich voelen als hij hoort van een vereniging tot instandhouding van zijn soort. Racistische ezels waren nu met een vuurtoren nog niet te vinden, de meest benepen chammer kon het tot de eervolle positie van Gedeputeerde brengen als hij maar niet in het openbaar balkte. Het Huis in de Franselaan was een dodenhuis. Vrijwel alle leden van de Bond waren vermoord. Het huis op het Weesperplein werd aan de gemeente overgedaan, want er waren te weinig Joodse invaliden overgebleven om het op rendabele wijze te bevolken.
De zwaarwichtige verschillen van inzicht, die de mensen in de buurt in verschillende groepen hadden verdeeld, voordat het Eerste Tijdperk der Anti-normen over de wereld raasde... hadden zichzelf opgelost, doodeenvoudig omdat er te weinig Joden over waren, die te veel hadden meegemaakt om elkander
193