Epiloog
Al maakte ik dit boek eens zo dik, dan nog zou het nooit precies kunnen aangeven wat De Centrale in het leven van een ontelbaar aantal mensen heeft betekend. In de voorgaande hoofdstukken is een poging gedaan om de bevruchtende invloed te schilderen, die deze merkwaardige verzekeringsmaatschappij op velerlei gebied heeft uitgeoefend. Hoe ze het werk van de arbeidersjeugd heeft bevorderd; hoe ze haar steen heeft bijgedragen voor de vacantie-oorden in het land; hoe haar prachtig initiatief en geldelijke offers een wetenschappelijk instituut in het leven riepen, dat zijn gelijke niet heeft in de democratische wereld; hoe mede aan haar bijstand volksgebouwen zijn te danken, die hebben bijgedragen tot de groei van de burgerzin; hoe ze de arbei-derssport, de arbeidersontwikkeling, de kaderscholing bevorderde, hoe ze... maar de lezer kent de opsomming reeds uit de voorgaande bladzijden. En toch... tóch is die opsomming allesbehalve volledig.
De tekortkoming van de voorgaande hoofdstukken is, dat ik niet heb kunnen ontkomen aan de neiging om kleine gebeurtenisjes over het hoofd te zien, doordat het grote mij te veel boeide.
Zoveel honderdduizend gulden voor dit, en zoveel voor dat... het is indrukwekkend, en de directie van De Centrale heeft schoon gelijk, dat ze de aandacht vestigt op de millioenen guldens, die zij uit de winsten heeft doen uitkeren aan instellingen van culturele betekenis. Maar ergens in de beschrijving hapert iets... laat ik het liever vertellen met een voorbeeld uit de practijk.
Jaren geleden was er in Groningerland een vereniging van arbeiders, die muziek beoefenden. Ze zongen liederen. Het was nog in de tijd, dat de liedertafel naar solide-Duits model het toppunt van artistiek genot vertegenwoordigde. Maar die zangvereniging wilde wel eens iets anders; ze zocht het in de kunst hogerop. Kwam de vraag
239