'...al wetensmacht,
Van de meester op school heb ik indertijd geleerd, dat Johan de Witt een schrander man geweest moet zijn. Een scherpzinnig raadspensionaris. Een behendig politicus. Maar bovenal eerde de meester hem als geniaal wiskunstenaar.
'Hij heeft de levensverzekering uitgevonden; het grauw heeft hem op het Groene Zoodje in Den Haag vermoord.'
Omdat ik de nagedachtenis van een braaf onderwijzer niet wil bezoedelen, veronderstel ik thans dat de goede man indertijd wel heeft begrepen, dat er tussen de uitvinding van de levensverzekering en de gewelddadige dood onder de handen van het Haagse gemeen, geen enkel oorzakelijk verband heeft bestaan. Maar ik weet zeer beslist, dat mijn schoolkameraadjes en ik de lagere school hebben verlaten met een getuigschrift van loffelijk ontslag én met het inzicht, dat levensverzekering een perfide vorm van misdrijf is, waarop vroeger de doodstraf door lynchen heeft gestaan.
Dat misverstand met betrekking tot het criminele karakter van het verzekeringswezen is later pas begonnen te tanen; het heeft plaats gemaakt voor wanbegrip op vele andere gebieden des levens.
Ook de gedachte, dat Johan de Witt de uitvinder van de levensverzekering geweest zou zijn, heb ik moeten loslaten, toen ik ergens las, dat hij hoogstens de manier heeft uitgevonden om levensverzekeringen af te sluiten zonder dat er dik geld op moet worden verloren. En als u 't mij vraagt, vind ik die uitvinding minstens zo belangrijk als de inventie, die mijn brave meester hem in de schoenen wilde schuiven. Want verzekeringen sluiten waarop geld verloren wordt -ddt lijkt me niet zo moeilijk; daartoe is zelfs een journalist bij machte, wanneer hij zich inspant. Maar verzekeringen sluiten, waarop geld wordt overgehouden, dat moet een moeilijk vak zijn. Het heeft iets uitstaande met waarschijnlijkheidsrekeningen en met statistieken van
221