:;^'׳' -־-■^ . ,,׳:^v 1, .*■״-i'^ 1■־5-.״׳.s׳ .־■
len dat jij nog niet weet. Onze Zweedse vriend in Zwitserland was van plan weer eens naar Nederland te vertrekken. Een week of vier geleden, toen hij nog veilig en wel in Genève, waar hij woont, zat kreeg hij uit Stockholm een boodschap van een vriend, die nogal relaties heeft met de Duitse ambassade daar. En die vriend waarschuwde hem. Ze hadden in Zweden zijn verleden uitgezocht. De Duitse contra-spionage was er achter gekomen, dat onze vriend niet met zulke onschuldige bedoelingen naar Nederland reist. Zodra hij weer in ons land zou verschijnen zouden ze hem schaduwen om op die manier eerst hem en daarna zijn vertrouwensmensen te arresteren. Nou, je snapt, dat die Zweed toen maar rustig in Zwitserland is gebleven. Maar wel heeft hij op een manier, die hij van te voren met Willem had afgesproken, de ploeg in Hilversum gewaarschuwd. Hij kreeg bericht terug, dat de hele bups was ondergedoken. Veilig is veilig. Toen waarschuwde hij mij. En dat is nou het vreemde in de zaak van Tade van de Bosdrift. Die komt hier kersvers uit Nederland met een verhaaltje, dat hij door de naaikrans is gestuurd... en hij weet niet eens, dat de hele ploeg al minstens vier weken onvindbaar is ondergedoken. Rare zaak, vind je ook niet.' 'Die vent is een verrader', riep Dirk heftig, 'hij is een lokvogel, die moet proberen hier inlichtingen op te scharrelen, die hij dan later weer de Duitsers in handen zal spelen.'
'Kalm aan', zei de Kreeft, 'in zulke zaken moet je nooit haastig gebakerd zijn. Ik meen me heel flauw te herinneren, dat je voor 10 mei 1940, toen we nog in het rustig vredige Nederland zaten, ook al eens iemand ten onrechte voor een verrader hebt aangezien...' Dirk kreeg een kleur van schaamte. Moest de Kreeft hem nu aan die niet zo glorierijke episode herinneren?
'Ik maak maar een grapje', zei de Kreeft, 'kijk, als je me in het diepste putje van mijn hart kon onderzoeken, zou je ontdekken, dat ik die Tade een ranzig mannetje vind. Ik ben er bijna zeker van, dat hij een provocateur is. Maar bewijzen... bewijzen, jongen, daar komt het op aan. Je kunt in een democratisch land niet iemand zo maar in de bak zetten, omdat je hem niet vertrouwt. Dat zou een mooie boel worden. Bovendien, we zijn in oorlog. Wanneer hij inderdaad een verrader is hangen de Engelsen de vent op. We moeten dus bewijzen hebben. Hoe krijgen we die?' 'Ja, hoe krijgen we die?' zei Dirk.
'Ik heb die Tade ondergebracht in het pension van Frau Liebermann, dezelfde waar jij en Gerard een paar dagen hebt gewoond. En voorlopig blijft hij daar wel zitten. Nou dacht ik zo: jij en Gerard moesten een of andere smoes verzinnen... jullie hebt ruzie met je kost
144