'Ik maak er uit op', zei de Kreeft, 'dat ze iemand van hier in Nederland willen hebben. Janus Droesem gaat over een paar weken weg. Hij is nu nog aan zijn laatste training bezig. Hij moet de noodcode leren, en dat valt niet mee', zei de Kreeft. 'Een noodcode, wat is dat?'
'Kijk eens, het kan zijn, dat hij door welke oorzaak ook, zijn geheime zender en code kwijt raakt, en toch in Nederland belandt zonder dat de Duitsers hem gepikt hebben. Is er dan een radio-amateur die wil zenden, dan moet Janus hem een code kunnen geven. En nu is Janus een verdraaid handige vent hoor, maar hij snapt niks van die noodcode. Stel je voor, hij moet 'de Kleine Johannes' van Frederik van Eeden gebruiken. Elke letter van het alfabet heeft twee cijfers ter aanduiding, eerst de bladzijde waarop de letter staat en dan de rangorde van die letter op diezelfde bladzijde. Doodeenvoudig, en nooit te kraken, want op die manier kan een a op ik weet niet hoeveel verschillende manieren worden aangeduid. Maar dat snapt Janus juist niet.' Alweer verliepen de weken, en eindelijk had Janus Droesem de code blijkbaar onder de knie. Op een ochtend zei de Kreeft althans tegen Dirk:
'Gisteravond is Janus scheep gegaan. Als alles klopt moet hij nu in de trein zitten van Rotterdam naar Hilversum.' 'Ik wou maar, dat ik in die trein zat', zei Dirk spontaan. De Kreeft keek hem peinzend aan, maar zei niets. Van Janus Droesem werd niets vernomen. Hij scheen door de aarde verzwolgen. Was hij onderweg door een Duitse wachtpost gegrepen? Of had de Kreeft gelijk, dat Janus alleen maar naar Nederland was gegaan om er zijn vrouw op te zoeken? Toen weken later de in Zwitserland wonende Zweed weer naar Nederland ging, kreeg hij per code opdracht bij Lien te informeren of die iets van Janus had gehoord. Het antwoord was even duidelijk als teleurstellend. Het luidde:
De gast is niet gekomen, de naaikrans is nog steeds incompleet.
'Het beroerde is', zei de Kreeft, 'dat we nu het ergste moeten veronderstellen. Namelijk, dat Janus in handen van de Duitsers is gevallen, hetzij vrijwillig of gedwongen, en dat hij heeft gepraat. Dan weten de Duitsers de geheime code, die bij het zendertje was ingesloten. En dan kennen ze ook de noodcode. Met andere woorden, als er weer iemand naar de overkant gaat moet de hele boel anders worden opgezet.'
'Het is toch niet zo moeilijk een andere code te bedenken', zei Dirk, 'inplaats van 'de kleine Johannes', neem je bijvoorbeeld de 'Camera Obscura', en klaar is Kees.'
134