CORNELIS PIETERSZOON HOOFT 97
Amsterdam toonde wel grote bezorgdheid voor het welzijn van den graaf; een stoet van vertrouwde lijfwachten was aangesteld, die ,s graven veiligheid moesten beschermen. Zij volgden hem 's daags en 's nachts; overal waar hij ging of verbleef was de lijfwacht present en zij beschermde met haar voorzichtige zorg niet slechts 's graven leven, maar vooral het welzijn der stad. En toen er 's avonds een groot feestmaal was aangericht in het stadhuis op den Dam en de pektonnen brandden ter ere van den hogen gast, toen nam de geslepen Hooft met veel innerlijke vreugde waar, hoe de brooddronken Engelsen het kostelijke eten en de geurende taarten en pasteien uit de vensters van het huis op straat wierpen — niets kon immers de eenvoudige en degelijke Hollanders ernstiger ontstichten dan de verspilling van wat de armen ontbeerden.
De graaf van Leicester feestte met het stedelijk bestuur in een der kamers van het stadhuis. Het was een fraaie kamer. Een der wanden was met grote en kleurige tapijten versierd; en achter die tapijten lagen de schutters gereed met sabel en geweer, om bij het minste teken van onraad te voorschijn te komen en den graaf als gijzelaar te nemen voor de vrijheid der veste. Zo mislukten de plannen, die men den graaf van Leicester had toegedicht en toen in 1587 de graaf opnieuw Amsterdam bezocht en met diplomatisch beleid het stedelijk bestuur aan zijn zijde trachtte te krijgen, verijdelden de sluwe schepenen opnieuw den toeleg. Later werd bekend, dat de woede van den graaf zich sterk richtte tegen den Raad Cornelis Pieterszoon Hooft, den wijzen raadgever der stad; en dat, ware 's graven toeleg gelukt, Hooft een der eersten zou zijn geweest, die met zijn leven had moeten boeten.
#
In 1588 verkoos men Cornelis Pieterszoon Hooft tot Burgemeester. Van dien stond kende de stadsbestuurder slechts één gebod,
Twaalf Burgemeesters 6