CORNELIS PIETERSZOON HOOFT 80
de komst van graaf van Leicester naar Amsterdam, want het is niet aan te nemen, dat een zo schrander brein als het zijne gesloten werd buiten het beraad op de loze plannen, die Lei-cesters toeleg moesten verijdelen. De Engelsman, die in 1586 tot Landvoogd der Verenigde Provinciën was aangesteld, wekte, door zijn ondoordachte uitlatingen en door zijn gedragingen, het scherpste wantrouwen der Amsterdammers. Menig voorbeeld uit de eigen geschiedenis en uit die van anderen had hun geleerd, dat grote vreemde heren nimmer bij de eerste kennismaking hun eigenlijke bedoelingen openbaren, en zij vreesden, dat een mild voogdijschap van den Engelsman over Hollandse poorters licht kon ontaarden in een herhaling van de dwingelandij, die men immers nog slechts kort met grote offers van geld en goed had gebroken. Er moet in die dagen in de kamers van het oude stadhuis bij het overleg menigep raad gegeven zijn en er moet menige feilen woordenstrijd zijn gevoerd, totdat ten slotte het omzichtige beleid zegevierde; wie den beleidvollen staatsman uit zijn redevoeringen had zien te voorschijn treden, die wist ook, dat Hooft den raad der onstuimigen onverbiddelijk moest hebben afgeslagen. Amsterdam zou, zo luidde ten slotte de beslissing, den graaf van Leicester ontvangen, met veel eerbewijs, met feest en vuurwerk, maar altijd op haar hoede, elk uur van zijn verblijf binnen de muren bedacht op mogelijk verraad en dag en nacht gereed om een poging tot overrompeling weerstand te bieden.
De graaf kwam van Haarlem per schip over het Y naar Amsterdam en nauwelijks was hij op het gebied der stad aangekomen, of, volgens vooraf beraamde plannen, sneed, met een ogenschijnlijk onhandige manoeuvre een der hoplieden, Leicester van zijn gevolg af. De vloot van schepen, die ter ere van den graaf gereed lag, volgde het schip van den hopman; zo voer men de stad binnen, vooraan de graaf in de gijzeling van de erewacht, veel later zijn gevolg, de officieren en de krijgslieden.