Dr. WILLEM DE VLUGT 332
zo aanpakte als hij.... U moet op zijn gezondheid letten.... dat kan geen mens uithouden.... Voor het te laat is, wilde ik u dit zeggen...."
״,k Zal er op letten, bode.... ik beloof het u." ״U neemt me niet kwalijk, hoop ik ?.... En spreekt u er vooral niet met den Burgemeester over, dat ik u getelefoneerd heb ?... Ik meende u te moeten inlichten!"
״'k Neem het u in het minst niet kwalijk, bode. Ik ben veeleer blij, dat mijn man ook op het Stadhuis iemand heeft, die zo voor zijn gezondheid waakt."
Hiermede was het telefoongesprek, dat een gemoedelijke bode aan het eind van het jaar 1921 met de echtgenote van zijn direc-ten chef voerde, geëindigd.
Aan den enen kant van de lijn glimlachte een begrijpende Burgemeestersvrouw — aan de andere zijde zette een geagiteerde gemeentebode zijn lorgnet weer recht op den neus.... het belletje uit de Burgemeesterskamer had gerinkeld.... er moesten nieuwe portefeuilles en dossiers binnengebracht worden.... de stukken waren getekend.
Mevrouw De Vlugt hééft den Burgemeester over dit onderhoud niet gesproken.... het was de brave Schoemaker zelf, die het niet onder zich houden kon. Wanneer hij in zijn glazen hokje achterin de marmeren hall — nimmer heeft hij het verbouwde Prinsenhof mogen zien, daar de dood hem voordien wegnam — op zijn gemak zijn pijpje stopte en hij vertelde zijn grappen uit de oude doos, nieuw echter uit zijn mond vanwege de vele onverwachte variaties, dan kwam ook bovenstaand verhaal. Dan sloeg hij zich op de dijen en maakte een raren kuitenflikker, waarbij de pandjes van zijn jas jolig achter hem aanzwierden. ״Hoe heb ik dat gedaan.. .. ?"
„Een humane baas is 't.. .. nooit kijkt-ie Zwart........altijd
in z'n humeur .... net als ik.... maar werken doet-ie veel te hard.. .. Moet je zien, wie er nu weer allemaal op m'n lijstje