Dr. WILLEM DE VLUGT 335
״dat bij de behandeling van de begroting naar voren werd gebracht, hierover zal men het in den Raad wel eens zijn, dat er ״geen vraagstuk is, dat zich met zo grote onstuimigheid aan ons ״opdringt, dat er geen probleem is, dat zo angstig om een oplossing vraagt, als het woningvraagstuk." Hij noemde den Gemeentelijken Woningbouw een drama in drie bedrijven. Het eerste bedrijf heette: de samenwerking tussen de verschillende diensten. Het tweede: de vertraging van den woningbouw in het algemeen. En het derde: de geschiedenis van den bouw van woningen van lichte constructie. Hiermede roerde hij een punt aan, dat een belangrijke rol in
Amsterdams politieke geschiedenis zou gaan spelen.
*
Om de situatie duidelijk te onderscheiden, dient men zich te herinneren, dat we leefden in de jaren van den Europesen wereldbrand, welke zijn ernstigen weerslag vond ook in Nederlands hoofdstad. Amsterdam had een nijpend woning-tekort, er moest gebouwd worden. Er lag o.m. een plan Wolring om 2500 woningen te bouwen, waarover Burgemeester en Wethouders praeadvies zouden uitbrengen. Doch na anderhalf jaar lag het plan er nog gelijk het was ingediend. In de oorzaken hiervan behoeven we ons thans niet te verdiepen. Wel weet ieder nü nog te vertellen, dat er in die jaren altijd iets haperde aan de samenwerking tussen Volkshuisvesting en Publieke Werken. Hiertegen had het Raadslid De Vlugt zich reeds gekeerd. Maar de strijd zou voortduren. Zodat hij later als Wethouder voor de Publieke Werken nog midden in de verwikkelingen verkeerde. Eenheid was er geenszins in het College van Burgemeester en Wethouders.
Bij Volkshuisvesting en Woningdienst was Publieke Werken altijd de zondebok. Maar de Wethouder, die in 1919 deze portefeuille beheerde, was van andere makelij dan zijn voorgangers.