Dr. WILLEM DE VLUGT 288
Bijzonder aanmoedigend klonken deze woorden niet voor een Burgemeester, die op het punt stond zijn nieuw ambt te aanvaarden. Een ogenblik moet wellicht de vraag bij hem opgekomen zijn of zij, met wie hij enige jaren het ambt van Wethouder gedeeld had, soms van plan waren thans een phalanx tegen hem te vormen, teneinde hem het besturen zoo al niet te beletten, dan toch moeilijk te maken.
#
Onze gedachten gaan vier jaar verder in de historie. Amsterdam herdenkt zijn 650-jarig bestaan. En in de machtige Burgerzaal van het Koninklijk Paleis op den Dam geeft het gemeentebestuur een banket, hetwelk dit feestelijk gebeuren meerderen luister zal bijzetten. Talrijke sprekers voeren het woord. Dan staat ook wethouder Wibaut op en zegt:
״Het was, meen ik, Potgieter, die het maatschappelijke gebeuren , ,in dezen regel heeft gekarakteriseerd: ״In 't verleden ligt het he-״den. In het nu wat komen zal." Indien wij, wordt hier gezegd, ״in het maatschappelijke gebeuren het nieuwe zien, dan is dat ״nieuwe niet plotseling ontstaan. Het is gegroeid, het is ontwikkeld. Waar ik vandaag bij de herdenking van, wat men noemt, ״het 650-jarig bestaan van Amsterdam wil spreken over het ״besturen van deze stad, zal ik niet teruggaan in het verleden. Ik ״ga niet terug, geen 650 jaar, ook geen 50 jaar, zelfs geen 20. Wat ״ik wil zeggen, beperkt zich tot het besturen van Amsterdam ״״vandaag", het karakter van dit bestuur ״morgen". ״Men zal van mij niet anders verwachten, dan dat ik het eerst ״over ״morgen" spreek.
,״,Morgen" dan in den zin niet van een vage toekomst, maar van ״een toekomst, die wij worden zien. Een toekomst, waaraan wij ״zien bouwen. De toeschouwer van het grote bouwwerk in wor-״ding ziet vaak niet wat het worden zal. Maar die den bouw ״leiden, weten. Het bestuur van Amsterdam ״morgen" zal zijn