J. W. C. TELLEGEN 313
dering voor het gezag, dat de burgemeester naast die krachtige persoonlijkheid uitoefende, de felheid van den politieken strijd zou de verantwoordelijkheid van den burgemeester voor alles wat er in de moeilijke oorlogsjaren was geschied, kleiner kunnen doen schijnen, dan zij in werkelijkheid was. In de toespraak, die de wethouder aan het geopende graf had gehouden, was het aandeel van den burgemeester in het werk, dat de oorlogsjaren van het stedelijk bestuur vroegen, tot zijn recht gekomen, in een artikel, dat in ״Het Volk" verscheen, vond de wethouder gelegenheid te wijzen op den aard van de vriendschap, die hem met den gestorvene had verbonden. ״Democratisch Amsterdam heeft zijn ״democratischen burgemeester verloren," zo schreef hij. ״Democraat was burgemeester Tellegen in hart en ziel. Hij aanvaardde van de democratie alle consequenties tot de uiterste ״grens. En hij aanvaardde ze niet, wat in dezen tijd ook wel voorkomt, omdat het nu eenmaal niet anders meer kón. Hij verheugde zich in de consequenties der democratie en begroette ze ״als overwinning, die hij had helpen bevechten. De uitbouw van ״de democratie op elk gebied, waar hij zeggenschap had, was ״voor hem plicht en welkome taak. Voor de brug echter, die ״voert naar het terrein van den proletarisch en klassenstrijd — ״bleef hij staan. Die ging hij niet over." En van de waarde van Tellegen's werk voor de toekomst, schreef Wibaut:
״Amsterdam heeft nooit gelegenheid gevonden aan dezen burgemeester dank te brengen voor de wijze, waarop hij de stad ,,heeft gediend.
״Zijn dank komt later. Wanneer straks de duizenden goede nieu-״we woningen, die er in de oorlogsjaren zijn gebouwd, zijn vermeerderd met de zesduizend woningen, die thans in aanbouw ״zijn en met de nog meer duizende verenigingswoningen en ״gemeentewoningen, die in voorbereiding zijn, wanneer aldus ״de ergste woningnood is te boven gekomen, dan zullen wij ons