,2TJZ J. W. C. TELLEGEN
moest er worden, het stijgend welvaartspeil der bevolking, de uitbreiding van het aantal gezinnen, vroeg steeds meer nieuwe woningen. Maar, alweer de goeden niet te na gesproken, de groep der Amsterdamse bouwers was te zeer vergroeid met het oude systeem van huizen-zetten, dan dat zij onmiddellijk begreep, welke eisen de nieuwe bouwverordening stelde. Het zou ook van een te groot optimisme hebben getuigd, indien woning-dienst en gemeentebestuur een direct en volledig begrip voor de nieuwe situatie hadden verwacht.
De tekeningen voor de nieuwe woningtypes werden dan ook door den dienst van directeur Teilegen vervaardigd, den bouwers voorgelegd en verklaard. Deze bijstand betekende een werk van reusachtigen omvang, het vroeg een eindeloze reeks besprekingen, het veroorzaakte nog meer moeilijkheden, maar zo behulpzaam directeur Tellegen was bij de voorbereiding van den bouw, zo onwankelbaar was hij, wanneer om uitzonderingen op de bouwverordening gevraagd werd.
De Woningwet machtigde de gemeentebesturen tot het uitvaardigen van onbewoonbaar-verklaringen voor slechte woningen. Het werd al spoedig een in wijden kring van Amsterdammers gekend feit, dat er in de hoofdstad geen woning afgekeurd werd, dan nadat directeur Tellegen het huis persoonlijk had gekeurd. Welk een onnoemelijke hoeveelheid werk deze persoonlijke controle hem, naast het andere dat verricht moest worden, bezorgde, laat zich denken, maar het móest gebeuren en dus: het gebeurde ! Was directeur Tellegen tot de conclusie gekomen, dat een huis of huizenblok moest worden afgekeurd, dan moesten ook zodanige voorstellen in de gezondheidscommissie en in andere instanties worden verdedigd. Niet altijd deelde men daar de inzichten van den directeur van den Woningdienst, die als de volkshuisvesting in het geding was, van wijken noch toegeven wist. En zonder tegenstand ging het lang niet altijd. Immers, door de vele onbewoonbaarverklaringen was het aan-