228 WILLEM DANIËL CRAMER
de eenvoudige, meest uitgebouwde etalagekasten van spiegelglas en gasverlichting te voorzien. Een belangrijke verbetering was tenslotte de invoering van gas ook als straatverlichting, waartoe het stadsbestuur na lang weifelen had besloten. Overheid en particulieren zaten dus niet stil. Zij zagen tevreden rond in hun stad, al bleef er dan ook nog het een en ander te wensen. Een tijdgenoot beklaagt zich althans over het vervallen van huizen aan achterstraten en -grachten, waardoor afzichtelijke open plekken ontstonden, daar van herstel geen sprake was, omdat bewoners naar betere wijken verhuisden. In de stad, maar het meest in de oudere buurten, had men hinder van den onaangenamen reuk, die voor een groot deel werd veroorzaakt doordat bewoners, in weerwil van Stedelijke Verbodswetten en Ordonnantiën, zich niet ontzagen as, vuilnis en drek, zelfs afval van geslacht vee, in de grachten te werpen, wat onmogelijk kon worden voorkomen, doordat de politie nu eenmaal niet overal ogen had. Ook wenste men een verordening tegen hard rijden met karren, vrachtwagens en rijtuigen, die volgens publicatie van 24 Juli 1827 alleen stapvoets moesten gaan, wanneer zij volgeladen waren, maar verder vrijelijk door de stad mochten draven. Brave Amsterdammers, wier rust aldus werd bedreigd. Ongetwijfeld was Mr. Cramer een goed Burgemeester voor de stad, maar zijn aspiraties gingen nu eenmaal uit naar het beroep, waartoe hij zich van jongsaf had aangetrokken gevoeld. Bij de wet van 26 Mei 1841 was te Amsterdam een provinciaal gerechtshof voor Noord-Holland in het leven geroepen en de Koning voldeed aan Cramers hartewens door hem op 15 December d.o.v. tot vice-president van dit gerechtshof te benoemen. Zo kreeg Cramer eervol ontslag als Burgemeester om verder in zijn stad op ander gebied werkzaam te blijven. Den 20en Mei 1852 werd Cramer benoemd tot president van het Hof. Hij overleed te Amsterdam op 21 December 1857 in den ouderdom van 68 jaar.