210 WILLEM DANIËL CRAMER
gierig en ietwat nerveus, zich verheugend op het grote ogenblik van de spoorreis, maar toch wat huiverig voor die nieuwe ervaring. Dan bezag men de versiering van het station, de fraaie decoratie van vlaggen, met wapens van Amsterdam en Haarlem boven den hoofdingang, guirlandes, die deuren en vensters in groene lijsten zetten. Ook binnen was met groen, bloemen en draperiën een feestelijke sfeer gebracht voor de korte officiele samenkomst na afloop van de reis.
Duizenden Amsterdammers waren dien middag naar buiten gestroomd, om den eersten trein te zien vertrekken. Velen per rijtuig, de meesten te voet, maar ook grote groepen met den omnibusdienst der firma Jonker & Cie, welke juist enkele dagen tevoren werd hervat. De eerste omnibus was op 3 September uitgereden, maar de belangstelling bleek zo groot, dat de dienst met het oog op de veiligheid van het publiek dadelijk weer moest worden gestaakt. Want men ging met vuisten en wandelstokken te keer en sloeg eikaars hoeden over het hoofd om toch maar een plaatsje te kunnen bemachtigen. Veertien dagen later kon de omnibus weer uitrijden. Er waren afdoende maatregelen getroffen. Langs alle lijnen surveilleerden conducteurs te paard en bij de halten had de overheid kurassiers en infanteristen op wacht gezet. De drukste lijn van Jonker's omnibus werd de verbinding van den Dam met het nieuwe station, in aansluiting op de eerste tremen.
Zo zag een grote menigte op den Haarlemmerweg, dicht langs het water samengedrongen, hoe aan den overkant de eerste passagiers in den versierden trein plaats namen. Voor de hoornblazers der schutterij was een der wagons vrij gehouden; zij zouden zich gedurende de reis van tijd tot tijd doen horen. De machinist, in het wit gekleed, stond gereed op het open platform van zijn machine, de stokers hadden hun plaats ingenomen op den tender, de hand aan de kruk van den remschoen. Langs heel den spoorweg waren de 21 weg-, brug- en barrière